Buren !

Buur:
Buur:
m. (buren), degene die de
of een plaats naast iemand inneemt,(Uit van Dale)
(inzonderheid) die naast of dicht
bij hem woont, buurman; ook van volken en staten;
de buren, de bewoners der
omgelegen huizen; |
In sommige delen van het platteland bestaat nog het waardevolle
systeem van nabuurschap; men helpt zijn buren in veel voorkomende gevallen. Hiervoor
bestaan ongeschreven regels. Wanneer u nieuwe buren krijgt is het in uw beider belang dat
er een prettige relatie ontstaat; iedereen wil graag fijn en plezierig wonen.
- Een pannetje soep tijdens de verhuizing of in een voor
uw buren drukke tijd doet wonderen.
- Een welkomstbloemetje (bij verhuizing of na een vakantie) is altijd
welkom.
- Loop niet te hard van stapel, biedt uw hulp aan bij calamiteiten en doe het verder
rustig aan.
- Uw eerste bezoekje aan elkaar kan kort zijn, houdt uw eventuele kritiek op andere
buurtbewoners voor u.
- Geef alleen advies wanneer dat aan u wordt gevraagd.
- Wanneer u iets hindert van elkaar, zeg dat gewoon - liefst met een grap - in plaats van
ermee te wachten en er een druppel de emmer doet overlopen.
- Waarschuw uw buren wanneer u een feest of iets dergelijks geeft en wanneer u vermoedt
dat zij daar (stank- of geluids-)last van zouden kunnen hebben!
- Leent u iets van elkaar, breng het altijd zo gauw mogelijk (met een bedankje?)
terug.
- Bij (laat) afscheid nemen kan uw vriendelijke claxon
redelijk wat ergernis
opwekken. En...... gaat u uw gras maaien in het weekend? Denkt u er dan aan dat sommige
tijdstippen voor uw buren héél hinderlijk kunnen zijn?
- Leest u ook eens: Buren, hoe houd je contact?
Een artikel uit het Nederlands Dagblad
|