|
Suggesties/vragen? Schrijf naar: Caroline M. Rozendael |
Dienstbare overheidbron: NRC Handelsblad 14 juni 2007 Kabinet wil burger opvoeden
Paul Frissen
De kabinetsplannen voor overheid en publieke sector bevatten sympathieke
voornemens, goede bedoelingen, dienstbaarheid en burgergerichtheid.
Ondanks alle ambities zullen de administratieve lasten afnemen, zal de regeldruk minder worden en zal het aantal controles flink verminderen. Het kabinet belooft ons een huzarenstukje: het gaat zich meer met ons bemoeien – dat willen burgers ook, zo heeft men in de honderd dagen beluisterd – en daar zullen we minder last van hebben. Ik weet werkelijk niet hoe dat zou kunnen. Ook al krijgt de samenleving voortaan programma’s en projecten en niet langer subsidies, de regels, de bemoeizucht en de verantwoordingsplichten zullen gratis worden bijgeleverd. Zo gaat dat nou eenmaal. Wie minder regels, minder controles en minder bureaucratie wil, moet ontregelen en zijn ambities fors intomen. Gebrek aan ambities valt het kabinet echter niet te verwijten. De oppositie ter linker- en rechterzijde jaagt het kabinet nog verder op. De uitkomst is ongewis, maar minder regels en minder beleid zal dat per saldo niet opleveren.. Dan heeft het kabinet voor burgers en maatschappelijke organisaties nog een paar verrassingen in petto. Maatschappelijke organisaties krijgen een eigen rechtsvorm. Als die er komt, kan het overheidstoezicht minder worden. Voorwaar een sympathieke geste. Er zit natuurlijk een subtiele adder onder het gras: publieke gelden zullen zo voor een maatschappelijk doel worden aangewend. Kennelijk zal het kabinet bepalen wanneer een organisatie een maatschappelijk onderneming is en wanneer die organisatie een maatschappelijk doel dient. Dat sociaal-democraten de staat vertrouwen, wisten we. Maar waar hebben de christelijke partijen (klein en groot) toch hun gezonde staatswantrouwen gelaten. Het mooie leerstuk van de ‘soevereiniteit in eigen kring’ lijkt verdampt. Voor de burger wil het kabinet een “handvest verantwoordelijk burgerschap” opstellen. Daarmee stelt Balkenende IV de politieke orde radicaal op zijn kop. Wat burgerschap is, bepaalt de burger zelf. Daarin ligt immers de belangrijkste bescherming tegen de zware monopolies van de staat. Daarop is veel recht gefundeerd. De burger is de belangrijkste functionaris in de politieke orde. Politici zijn dienaren van de burger.
Als het kabinet een handvest voor verantwoordelijk burgerschap gaat opstellen wil het eigenlijk zijn eigen volk kiezen. Iets daarvan was al zichtbaar bij het referendum over de Europese Grondwet. Toen weigerden politici te aanvaarden dat de kern van een referendum is dat beide posities legitiem zijn. Nu is het voornemen nog ingrijpender. Ik wijs er nog maar eens op: de kern van democratisch burgerschap is dat we het in een democratie gelukkig niet eens hoeven te worden over wat burgerschap is. Burgerschap gaat over verschillen. Die verschillen beschermen ons tegen de ambities van de meerderheid. Daarom ook moet in een politieke orde het verschil worden beschermd. Ook als dat ongemakkelijk is.
Paul Frissen is decaan van de Nederlandse School voor
Openbaar Bestuur in Den Haag, hoogleraar Bestuurskunde aan
de Universiteit van Tilburg en lid van de Raad voor
Maatschappelijke Ontwikkeling
14 juni 2007
|
|
Omgangsvormen.nl © Uw bijdrage aan het vervolmaken van deze site door uw vragen/suggesties/opmerkingen via e-mail |