Suggesties/vragen? Schrijf naar: Caroline M. Rozendael           


  Fooien  
  bron: website KRO.nl 6 februari 2006, uitzending Dolce Vita  
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  • 12 motieven om fooi te geven:
  • De ober hoger loon
  • Zodat ik de volgende keer beter bediend word
  • Om te bedanken voor de service
  • Omdat het zo hoort
  • Anders vinden ze me gierig/zuinig
  • Ik wil de kok belonen voor het lekkere eten
  • Omdat ik mezelf dan gul voel
  • Omdat ik me ongemakkelijk voel om bediend te worden
  • Anders word ik een volgende keer slecht bediend
  • Is afhankelijk van de service die ik heb gekregenIs afhankelijk van de kwaliteit van het eten

Een fooi is een extra betaling als beloning voor de kwaliteit voor verkregen diensten. Fooi is niet hetzelfde als loon, omdat men er in principe geen recht op heeft. Bovendien krijgt men fooi direct van klanten in plaats van de werkgever. Fooi vormt meestal vanuit de klant een prikkel voor de dienstverlener om extra zijn best te doen.

Fooi is zelden verplicht en ook lang niet altijd gebruikelijk. Fooi is ook sterk cultuurgebonden. In Nederland en de Scandinavische landen krijgt personeel altijd tenminste een minimumloon, en is het geven van fooi niet gebruikelijk. In landen als de Mediterrane landen en de Verenigde Staten, is het personeel grotendeels afhankelijk van fooien. Restaurants in Italië brengen ook vaak "servicekosten" in rekening, die een bepaald percentage van de bestelde spijzen en dranken uitmaken. Dit lijkt ook op een soort fooi, maar deze is wettelijk verplicht. De echte fooi komt daar nog bovenop.
Fooi is bedoeld om de dienstverlener zijn best te laten doen. Wanneer dit dus niet het geval is, is het normaal om geen fooi te geven. Het komt de klant hooguit op scheldwoorden als "vrek" of "gierigaard" te staan. Voor de klant vormt dit een stok achter de deur. Voor de ober of pizzabezorger vormt het een prikkel om extra hard zijn best te doen.

De hoogte van de fooi hangt ook af van de cultuur, bedrijfstak en de hoogte van de rekening. In Nederlandse restaurants is het meestal tussen de 5 en 10%, waarbij men meestal bedragen naar boven afrond (bijvoorbeeld bij een rekening van € 32 er € 35 van maken). Wanneer de bedragen hoger worden worden de fooien percentueel lager.
Fooien mogen soms gehouden worden maar worden ook soms verdeeld onder het personeel. De koks krijgen immers nooit fooi maar hebben wel in de keuken het eten klaargemaakt. Andere bedrijven gebruiken fooien om personeelsuitjes of cadeaus te financieren. In het slechtste geval pikt de baas de fooien in.

In de loonbelasting zijn fooien niet belast omdat ze geen loon vormen, maar in de inkomstenbelasting wel.

Leven van fooi
In het Nederlandse horecawezen is de 'bediening inclusief'. Toch heeft deze maatregel uit 1988 niet geleid tot het verdwijnen van de fooi. Gelukkig maar. Voor Daan Moonen , bijvoorbeeld. Hij is 25 jaar en werkt in café restaurant 'Het land van Walem' op de Keizersgracht in Amsterdam. Niet als bijbaantje, maar als fulltime beroeps. Het is zo gelopen, hij heeft eerst wat gestudeerd, kwam in de horeca terecht en vindt het heerlijk werk. Hij speelt niet met de gedachte een opleiding bediening te gaan doen. Zo’n zaak waar het draait om hoeveel millimeter het mes van het bord af moet liggen vindt hij doorgeschoten.
Eigenlijk vindt hij het geen werk, zo leuk.  Er heerst een goeie sfeer, dat is heel belangrijk. Het contact met mensen vindt hij er vooral zo leuk aan. Ze hebben veel vaste klanten in hun restaurant. Het liefst heeft hij dienst tijdens de lunch. Dan gaat het om snelheid. Mensen komen voor een broodje of een kop koffie. Dan moet je hard rennen.
Wat fooien betreft voeren in 'Het land van Walem' een ander beleid dan in de meeste zaken, waar een gemeenschappelijke pot is. Hij mag de fooien zelf houden. Maar ze gaan ervan uit dat je gemiddeld 10% fooi krijgt. 3% daarvan moet je afdragen, 7 % is voor jou. Wat ook kan betekenen dat er dagen zijn dat je meer betaalt dan je hebt gekregen. Bijvoorbeeld als je je verrekent hebt met het geld teruggeven. Het salaris is laag,  want er is rekening gehouden met die fooi.
Je kunt het meestal wel zien als de gasten binnenkomen, of je fooi gaat krijgen of niet. En mannen geven meer dan vrouwen, en sowieso meer als ze met een vrouw uit zijn.
Natuurlijk gaat het om vriendelijkheid. Maar het is een wisselwerking. Als personeel moet je dat uitstralen. Beleefd blijven. Wat Daan niet prettig vindt, is dat mensen je niet aankijken tijdens het bestellen. Met name mannen-met-een gezelschap, zakenmannen dus, hebben daar een handje van.

Zon maakt gul

 
Tussen onze oren zijn verschillende hersendelen regelmatig met elkaar in conflict, met name als het geld betreft. Dat beweert Henriëtte Prast, econoom, werkzaam bij De Nederlandsche Bank en hoogleraar aan de Universiteit van
Tilburg. Ze schrijft wekelijks een column in Het Financieele Dagblad. In mei verschijnt weer een nieuw boek van haar over gevoel, geld en geluk: ‘De mythe van de rationele mens’. Daarin schrijft ze o.a. dat fooien en aandelenkoersen afhankelijk zijn van het weer. 
Toen de euro kwam zijn de fooien eerst gestegen, mensen deden nog alsof het guldens waren. Daarna zijn ze flink gedaald, omdat men begon te beseffen dat het géén guldens waren. Inmiddels is het redelijk genormaliseerd. In Nederland is geen serieus onderzoek gedaan naar fooien, maar in Amerika wel. Hieruit blijkt dat het geven van fooien, gek genoeg, niet samenhangt met de kwaliteit van het gebodene. Motieven zijn : gewoonte, gêne, medelijden e.d.
Tweede wat bleek is dat bij mooi weer mensen eerder, vaker of hoger fooi geven. Simpelweg omdat je dan in een betere stemming bent, waardoor je guller wordt.  Het blijft lastig, dat hele fooiengedoe. Je wilt niet voor krent worden aangezien, dus vraag je niet om 30 cent als het € 11,70 is en je betaalt met 12 euro. De Nederlander staat niet te boek als erg uitbundig, maar dat is aan het veranderen. Henriette Prast geeft zélf heel consequent fooien aan taxichauffeurs, in Amsterdam. Die houdt ze graag te vriend. 

Onnodig
Een fooi achterlaten is voor velen de normaalste zaak van de wereld. Maar waarom zou je het eigenlijk doen? Dat vroeg Nienke Vreugdenhil zich af,
Toen ze nog student was op de opleiding Consumenten- en Huishoudwetenschappen aan de universiteit van Wageningen. Ze is in 2003 afgestudeerd op het onderwerp fooien. Haar onderzoek is gepubliceerd in het Horeca Vakblad en ook het ANP heeft het opgepikt.
Fooien liggen in een soort taboesfeer. Zelf vond Nienke het eigenlijk maar een raar fenomeen heel gek. Bij de supermarkt zeg je toch ook niet tegen de caissiere “laat maar zitten” als het EUR 9,40 is. Dan krijg je toch gewoon je 60 cent terug? Waarom zou je het in een restaurant dan wel doen? Ook na haar studie is ze niet anders over het geven van fooien gaan denken. Ze vindt het nog steeds niet echt nodig.

bron:website KRO.nl 6 februari 2006, uitzending Dolce Vita

 

 

terug naar de beginbladzijde

Omgangsvormen.nl 

©

Uw bijdrage  aan het vervolmaken van deze site door uw vragen/suggesties/opmerkingen via e-mail