Suggesties/vragen? Schrijf naar: Caroline M. Rozendael           

omgangsvormen  .................:
demente mensen!

Wat is dementie * Omgaan met dementerende mensen, enkele tips * U bent er zelf ook nog! * Verpleeghuis * Omgaan met agressieve dementerenden * Adviezen en tips * Inleven in de ander * Moeilijke gevoelens * Voorkomen is beter dan genezen! * Links:

Onderstaand een gedeeltelijke weergave van de folder 'Omgaan met Dementerende Mensen'; een uitgave van de Riagg Drenthe.

Wat is dementie?
Dementeren is een proces, dat meestal heel geleidelijk verloopt, maar soms ook heel snel. Wat bij dementerende mensen meestal direct opvalt, is de desoriëntatie. Ze weten niet waar ze zijn, ze herkennen allerlei mensen niet meer, ze kennen de tijd van de dag niet meer. Ook het geheugen en de herinnering falen meer of minder. De verhalen uit het verleden kloppen niet meer helemaal. Er zijn stukken weg. Soms vullen ze, zonder dat zelf te beseffen, dat vergeten stuk op en maken er weer een compleet verhaal van (confabuleren). Het geheugen en de herinnering falen ook omdat dementerende mensen minder betrokken zijn bij de wereld om hen heen. Opvallend is ook de wisseling in stemmingen. Het ene moment lopen de tranen over de wangen en even later wordt er weer volop gelachen. Onverwacht en zonder duidelijke aanleiding kunnen ze boos en agressief zijn. Soms ook klopt de gevoelsuiting niet met wat er gebeurt. Op het bericht van het overlijden van een broer kan de dementerende reageren met een blije lach.



Ook het doen van de gewone dagelijkse dingen kan op den duur in mindere of meerdere mate gestoord raken. Vooral handelingen die wat gecompliceerd zijn, waarbij je de dingen in een bepaalde volgorde moet doen. Zoals bijvoorbeeld aankleden en koffie zetten. Je merkt dat ook de aanpassing aan nieuwe situaties steeds moeilijker wordt. Bijvoorbeeld een andere woning, een nieuwe buurt, een nieuw scheerapparaat. Dat kan dementerende mensen in verwarring brengen. Ook het besef van wat hoort en wat niet hoort gaat langzaam verloren. Opeens staat vader op een receptie heel rustig een plasje te doen in een stil hoekje van de zaal.

Als je dat allemaal samenvat, kun je zeggen dat dementeren een proces van vervreemding is waarbij de persoonlijkheid geleidelijk meer in verval komt. De gewone volwassen mens beleeft een samenhang tussen zijn ik - zijn lichaam - zijn geschiedenis - zijn omgeving. Die samenhang, die persoonlijke verhouding gaat verloren. Dit proces van verval van de persoonlijkheid hangt samen met een afwijkend functioneren van de hersenen. Meestal is het een proces waarbij de hersencellen worden afgebroken en afsterven. Soms kunnen gedeelten van de hersenen onvoldoende functioneren ten gevolge van kleine bloedingen in de hersenen of verstoppingen van bloedvaten. Vaak is er ook een combinatie van beide aan de hand. Het is lang niet altijd gemakkelijk het gedrag van dementerende mensen te begrijpen, laat staan er goed mee om te gaan. In dit hoofdstuk willen we proberen dat gedrag een beetje meer te begrijpen.

We hebben gezien dat in het proces van dementeren langzaamaan de samenhang verloren gaat tussen: ik - mijn lichaam - mijn geschiedenis - mijn omgeving. Er ontstaan breuken. Hier en daar valt een stuk uit. In het begin van het dementeringsproces kan iemand dat bij zichzelf merken. Soms probeert hij dat heel slim te verbergen. Iemand vraagt bijvoorbeeld aan een vrouw hoeveel kinderen de oudste zoon heeft. Ze realiseert zich dat ze het niet weet. Snel kijkt ze haar man aan en zegt: "Nou Jan, geef jij nu eens antwoord, jij zegt nooit wat." Een enkele keer kan dat zich bewust worden van "er is iets vreemds met mij aan de hand" ook heel angstig maken. Begrijpelijk. De wereld vergaat een beetje. Zoals ieder ander mens die het meemaakt dat er iets verloren gaat, wil ook de dementerende mens dat verlies herstellen. Hij wil het weer heel-maken. Dat doet bijvoorbeeld een weduwe soms ook in de eerste tijd nadat haar man overleden is. Je hoort haar dan zeggen: "Soms is het alsof ik mijn man de trap af zie komen ." Ze wil dat het weer is zoals het was. Heel-maken wat verloren is gegaan. Dat doet de dementerende mens ook. Hij zal proberen een geschiedenis uit het verleden, die niet meer compleet is, waar stukken uit zijn weggevallen, weer aan te vullen tot één geheel. Hij fantaseert het rond. Meestal niet bewust maar vanuit de behoefte dat alles compleet hoort te zijn. Soms zie je hem op allerlei manieren proberen om weer een eigen wereld op te bouwen. Hij koopt bijvoorbeeld iedere dag gebak voor het bezoek dat niet komt.

Het zijn allemaal pogingen om staande te blijven in een wereld waarmee het contact langzaam verbroken wordt. Naarmate die wereld verder van je af komt te staan worden mensen en situaties ook onduidelijker en mistiger. Je kunt het niet meer zo precies onderscheiden. Vrouw, moeder, dochter, zus, buurvrouw, tante. Dat wordt voor de dementerende mens wat moeilijk, en omdat hij zich goed verzorgd en op zijn gemak voelt in zijn wereldje, geeft hij ze op een gegeven moment bijvoorbeeld allemaal de titel "Mam". Dat maakt het wat overzichtelijker, vindt hij. Als de dementerende mens het gevoel heeft dat hij losraakt van de wereld om hem heen, dan is het eigenlijk niet zo vreemd dat hij onbewust te werk gaat volgens het motto: redden wat er te redden valt.

Van vroeger is hem nog bijgebleven dat sleutels en geld belangrijk zijn. Met zijn voortdurend verstoppen van allerlei zaken, zoals geld en sleutels, voert hij de huisgenoten af en toe misschien een beetje tot wanhoop. Vooral omdat hij meestal zelf vergeet, dat hij het heeft weggestopt en ook de plaats waar hij dit deed. Maar een beetje gelijk heeft hij wel, vindt u niet? Wie omgaat met iemand die dementerend is, komt ongetwijfeld ook de situatie tegen, dat deze glashard en boos ontkent, iets gedaan te hebben, terwijl uzelf het hem vijf minuten geleden hebt zien doen. Staat hij nu te liegen? Een enkele keer wel. Meestal niet, omdat hij het gewoon vergeten is. Het is er niet meer. Als we ons proberen in te leven in datgene wat er in de dementerende mens gebeurt, dan kunnen we veel begrijpen. Dat begrip kan hem en onszelf een beetje helpen.


Omgaan met dementerende mensen, enkele tips

Wat we hier verder doen, is u op een paar punten attent maken, waarvan wij denken, dat ze belangrijk zijn, in het omgaan met dementerende mensen. (voor de leesbaarheid gebruiken we in het vervolg alleen de mannelijke vormen 'hem/hij').

1 De dementerende mens is een volwassen mens die, helaas in toenemende mate, onze aanvullende hulp nodig heeft. Benader hem met respect. Wanneer we hem als een kind benaderen lokt dat terecht al gauw boosheid uit.

2 Het is goed dat hij actief en bezig blijft. Neem hem niet uit handen wat hij zelf nog kan. Doe ook activiteiten samen (boodschappen, afwassen).

3 Overvraag hem niet:
- Blijf niet doorvragen als hij het niet meer weet.
- Blijf niet stimuleren wat hij niet meer kan.
- Stel niet meer dan één vraag tegelijk. Twee vragen onthouden lukt niet meer.
- Geef niet meer dan één advies of taak tegelijk. Bijvoorbeeld: ik vind het fijn als u me even helpt met afwassen. Voeg dan de daad bij het woord. Als er tijd zit tussen woord en daad is hij het weer vergeten.

4 De dementerende mens is sneller vermoeid en sneller overbelast. Het is allemaal sneller teveel. Vermijd daarom teveel drukte in huis (weekend!), teveel vreemde gezichten, teveel TV.

5 Vaste structuren zijn belangrijk. Het helpt zijn oriëntatie als zijn dagelijkse leefwereld zoveel mogelijk onveranderd blijft. Houd alles op zijn vaste plaats (meubels) en herkenbaar (kleuren, behang).
- Hanteer zoveel mogelijk een vaste dagindeling. Doe de dingen in dezelfde volgorde.
- Breng hem niet te vaak in nieuwe, andere situaties. Om de beurt een weekend bij één van de acht kinderen is een te grote opgave.
- Wissel niet onnodig veel met helpsters in huis.

6 Help de dementerende met tijdsoriëntatientatie door regelmatig op te merken:
- "Het is nu half elf, koffietijd"
- "Het is vandaag woensdag. Mevrouw Janssen komt u helpen."

7 Vermijd test-situaties. We maken de dementerende nog onzekerder als we hem telkens vragen stellen als:
- hoe oud bent u?
- hoeveel kinderen heeft u?
- weet u nog hoe ik heet?

8 Ga met de dementerende niet in een wel waar/niet waar-discussie. Het leidt meestal alleen tot spanningen, onrust en irritatie.

9 Een dementerende kan soms heel eenzaam zijn. Soms is hij eindeloos met iets bezig, dat hij niet los kan laten. Probeer hem dan te helpen, door hem af te leiden naar iets anders.

10 Voorkom dat hij in een isolement komt. Soms heeft hijzelf de neiging zich terug te trekken, omdat hij zich onzeker voelt. Soms dreigen wij hem te isoleren, omdat we ons schamen voor bijvoorbeeld de buren, of omdat we risico's zoveel mogelijk willen voorkomen, zoals weglopen.

11 Neem de gevoelens van de dementerende mens serieus. Als hij verdrietig is over zijn (overleden) moeder, die almaar niet thuiskomt, is hij echt verdrietig. Poets dat verdriet niet weg. Ga erop in. Probeer er samen achter te komen, dat moeder overleden is (fotoboek). Of leid na enige tijd de aandacht naar iets anders.

12 Wanneer het besef van wat hoort en wat niet hoort, van wat netjes en niet netjes is, een beetje verloren gaat, bereikt u meer met de dementerende en met uzelf, door maar een oogje dicht te knijpen, of een onopgemerkte helpende hand te bieden, dan door de dementerende mens een standje te geven.

13 Het zijn vaak onze eigen gevoelens van schaamte, schuld, angst, of het niet kunnen accepteren, die ons gedrag ten opzichte van de dementerende mens bepalen. Het zijn heel begrijpelijke en menselijke gevoelens. En tegelijk ook gevaarlijke raadgevers. Ze dreigen de wereld van de dementerende mens nog eens extra te verkleinen.

14 Ook wanneer de dementerende ons niet meer herkent en onze spreektaal niet meer verstaat, blijft het mogelijk en belangrijk contact met hem te onderhouden. De taal van het lichaam - een hand, een zoen, een arm om de schouder - zal hij nog lang verstaan.

15 Het is nodig ook de lichamelijke gezondheid goed in de gaten te houden. Onnodige problemen kunnen erdoor voorkomen worden. Bijvoorbeeld: u valt ineens een bijzondere verwardheid op. Je zou kunnen denken: Nou ja, dat zal er wel bijhoren , terwijl het een gevolg is van een medisch, misschien eenvoudig te verhelpen kwaaltje. Een jaarlijkse controle via de huisarts van bloeddruk, hart, suiker, luchtwegen, zintuigen, urinewegen lijkt ons een minimum. Bij die aandacht voor de lichamelijke gezondheid hoort ook een gezonde voeding. Op meerdere plaatsen (onder andere bij de Kruisvereniging) zijn daarover goede voorlichtingsboekjes te krijgen.


U bent er zelf ook nog!
Het dementeren van uw partner, uw vader of moeder, broer of zus is een gebeuren, dat ook diep ingrijpt in uw eigen leven. Als man of vrouw neemt u van uw partner taken over, die u tot dan toe wellicht nooit vervuld heeft (bijvoorbeeld koken, tuinieren, geldbeheer). Als zoon of dochter neemt u ouderlijke verantwoordelijkheden op u ten opzichte van uw eigen vader of moeder. Vooral als vader of moeder de noodzaak daarvan niet meer begrijpt, kan dat tot spanningen leiden. Vaak zie je ook dat de contacten met vrienden en kennissen snel minder worden. De zorg die u op u genomen hebt, is ook emotioneel aangrijpend. U zult momenten kennen waarop u zich verdrietig, machteloos en eenzaam voelt. En ondanks al uw zorg soms toch ook nog schuldig en tekortschietend.
Het is daarom noodzakelijk, dat u ook aan uzelf denkt. De zorg voor een dementerende kan (bijna?) niemand voor langere tijd alléén op zich nemen. Die zorg zou u kunnen proberen te delen met andere familieleden, buren en vrienden. Het is ook niet in het belang van de dementerende zelf, dat hij totaal van één persoon afhankelijk is. Als die uitvalt blijft hij nergens. Neem daarom tijd/vrije tijd voor uzelf. Geef niet alle contacten en hobby's op. Ook om straks niet met lege handen te staan.

Verpleeghuis
En toch kan er een dag komen, waarop uzelf of anderen zeggen: "Eigenlijk kan het zo niet langer thuis!" Misschien hebt u als helpende partner inmiddels zelf ook hulp nodig. Of uw gezin, met misschien nog opgroeiende kinderen, kan het niet meer aan. Of uzelf bent gewoon op. Dan komt het verpleeghuis voor dementerende mensen in zicht. Dementerende mensen kunnen daar, afhankelijk van hun situatie, voor enkele uren per dag, voor enkele weken of voor altijd verblijven.
U houdt de gedachte aan een opname in een verpleeghuis wellicht ver weg. Misschien omdat u zichzelf een taak hebt opgelegd of anderen een belofte hebt gedaan. Maar er zijn nu eenmaal grenzen.

Het is verstandig, in uw afspraken met uzelf en anderen niet verder te gaan dan: "Zolang het nog kan... .". Daar bent uzelf en degene waarvoor u de zorg hebt het meeste mee gediend. En dan komt misschien dat moeilijke moment, dat u de zorg voor uw partner, uw vader of moeder moet overgeven aan anderen. Op dat moment en de eerste tijd daarna hebben veel mensen nog heel wat te verwerken. Gevoelens van onzekerheid over uw besluit; gevoelens van schuld en gefaald hebben, van verdriet over het verlies; gevoelens van eenzaamheid na vaak zo'n lange tijd van intensieve zorg; gevoelens van teleurstelling, van boosheid soms naar het personeel van het verpleeghuis, dat het misschien allemaal zo anders doet dan u. Het is soms niet gemakkelijk vrede te vinden en de draad van het gewone leven weer op te pakken....

Omgaan met agressieve dementerenden

Oogcontact: door oogcontact en iemand bij de naam aan te spreken  concentreert deze zich op jou. Er is een grotere kans op begrip voor wat je zegt.

Praten: Mensen die dementeren zijn vaak traag van begrip. Snel praten is voor hen niet bij te houden. Pas uw tempo - zonder te overdrijven - aan en spreek duidelijke taal.

Korte zinnen: Lange zinnen (meer dan vijf woorden) hebben vaak geen zin. Maak een zin zo kort mogelijk.

Alternatieven: Soms wordt iets (een woord)  niet begrepen. Probeer bv. i.p.v. "Wilt U koffie?" "Wilt U drinken?"

Gebarentaal: Wanneer u iets gaat doen met een dementerende dan kunt u - naar iemand toegebogen - uw hand uitsteken om iemand op te laten staan en tegelijkertijd te vragen: "Gaat U mee? Gebaren mogen best iets worden overdreven om iets 'duidelijk'  te maken.

Toon: De 'toon' waarop je iets zegt is voor een gevorderde dementie vaak belangrijker dan de inhoud. Wanneer een dementerende zich b.v. druk maakt om iets wat zij nog moet doen, dan heeft  het antwoord op een geruststellende toon meer kans van slagen dan een opgewekte toon.

Tijd: Een dementerende persoon mag nooit gehaast worden benaderd. Dat wekt weerstand op. Geef iemand de tijd om zich ergens op in te stellen dat er iets gaat gebeuren.

Dwang: Dwang kan  angst en eventuuel agressie opwekken. Wil iemand iets niet dan is het beter om het na enige tijd opnieuw te proberen. Vraag u zelf af of iets nu echt moet gebeuren.

Gevoel: Wanneer een dementerende iets dwars zit is de reden daarvan soms moeilijk te achterhalen. Het is goed om daar op te reageren zonder direct de reden te willen achterhalen. De dementerende komt dan sneller tot rust.

Keuzen vermijden:  Om te kiezen moet je  meedere zaken kunnen afwegen om uiteindelijk een (goede) keus over te houden. Daar is abstract denken voor nodig wat  bij dementerenden vaak wegvalt. Vraag dus dingen een voor een: "Wilt U naar de WC?" en daarna: "Wilt u nu eten?

Begrip: Wanneer iemand naar uw gevoel, onterecht boos  reageert dan mag u die persoon daar rustig op wijzen. Vraag echter geen begrip. Dementerenden kunnen zich niet meer het standpunt van anderen inleven. Stel liever vast: "Ik vind dit niet leuk".

 

 

Adviezen en tips

Onderstaand een artikel door: Huub Buijssen (psychogerontoloog)


In dit artikel zal ik trachten enkele adviezen en tips te geven om beter te kunnen omgaan met een dement iemand die zich agressief gedraagt. Alvorens deze omgangsregels te formuleren, zal ik eerst stilstaan bij de achtergronden van agressie bij dementie. Als men de boodschap achter het vervelende gedrag begrijpt, kan men het vaak ook beter hanteren. Wellicht is de beste manier om iemand anders te doorgronden (en je milder te stemmen), te proberen je in
hem te verplaatsen.

Inleven in de ander

Stel je voor dat het allemaal heel erg tegen zit. Doorlopend maak je misslagen en vergissingen. Meerdere keren per dag ben je iets kwijt. Regelmatig wordt er iets aan je gevraagd waarop je het antwoord schuldig moet blijven. Als je iets van plan bent te gaan doen, weet je na een paar tellen niet meer wat je voornemen was. Zelfs een simpele vertrouwde bezigheid als een schoenveter strikken of een hemd dichtknopen, loopt uit op een fiasco. Zelden of nooit
krijg je nog een complimentje voor wat je gepresteerd hebt. In plaats daarvan krijg je meerdere keren per dag een standje of verwijt dat je er weer helemaal naast zat. Het meeste van wat je aangewreven wordt vergeet je (gelukkig) snel. Wat echter wel blijft hangen is een rottig gevoel. Er hoeft dan weinig meer te gebeuren of je schiet uit je slof.


Het gedrag van mensen heeft zelden één verklaring. Meestal zijn er meerdere factoren die iemand een bepaalde richting ‘opsturen’. Gevraagd naar de motieven van ons handelen, komen we echter vaak niet verder dan één verklaring. Ter rechtvaardiging zullen we dan meestal iets redelijks noemen (‘Ik had het zo druk, daarom was ik wat sneller geïrriteerd’); de andere factoren liggen verborgen onder het deksel van ons onderbewuste. De agressie van dementen komt ook voort uit meerdere bronnen.

De tweede verklaring van agressie is de volgende: gedurende de eerste vijftien jaar van het leven kunnen velen van ons soms erg opvliegend zijn. Sommigen kunnen zich dat nog wel herinneren.
Een verkeerd woord, een kleine teleurstelling, een beetje te weinig aandacht, dat alles kon ervoor zorgen dat je kwaad wordt. Pas later leer je je anders te gedragen. Je komt er achter dat je veel meer bereikt als je je, in plaats van meteen aangebrand te reageren, rustig en weloverwogen opstelt. Je ontdekt dat je aardiger gevonden wordt en meer bereikt als je op zijn tijd je eigen verlangens ondergeschikt maakt aan die van een ander. Je ontdekt ook dat je niet het middelpunt van de wereld bent, maar slechts een individu temidden van miljarden anderen. Ten slofte leer je ook rekening te houden met anderen,
doordat je hen steeds beter leert kennen. Je leert bijvoorbeeld aan de toon van wat iemand zegt te herkennen wat het verschil is tussen ernst en een grap.

Deze handige en verstandige manier om opkomende agressie te hanteren wordt je door dementie ‘afgepakt’. Alles wat je ooit leerde, raak je kwijt. Dus ook hoe je emoties in goede banen moet leiden. Als men aan een dement iemand vraagt zich te beheersen bij tegenslag of als hij zich gefrustreerd voelt, vraagt men te veel van hem. De hersenschors, de zetel van het verstand, en in mindere mate ook het lymbisch systeem (dat zich net daaronder bevindt), waar de emoties
zitten, vertonen emstige mankementen. Daardoor is de balans tussen gevoel en verstand verloren.


Bij sommige demente mensen was die balans al lang daarvoor verstoord. Beter gezegd het evenwichtwas nooit aanwezig. ze waren hun leven lang al opvliegend en snel aangebrand. Dit bleef voor de buitenwacht vaak verborgen. Alleen de partner, kinderen en enkele intimi waren hiervan op de hoogte. De agressie bij deze demente mensen vormt geen breuk met het verleden, maar presenteert
hiervan nu slechts een enigszins verhevigde vorm. We zijn er echter nog niet; er zijn nog twee andere verklaringen voor agressie bij dementie.

Moeilijke gevoelens

Schaamte, verdriet en jaloezie zijn vrij moeilijke (of ‘hogere’) gevoelens. Het vereist nogal wat van de menselijke geest om deze te uiten. Ook niet-demente mensen gaat het vaak niet gemakkelijk af deze emoties te ventileren. Velen van hen worden kwaad als hen iets dwars zit.
Net als kinderen tonen ze kwaadheid in plaats van verdriet, jaloezie of schaamte.
Van de toverbal van hun gevoelens kunnen ze alleen maar de bovenste laag proeven, die van kwaadheid. Ook demente mensen zitten vaak zo in elkaar. Ze kunnen niet anders meer. De sociaal geaccepteerde manieren die je in je jeugd of adolescentie hebt geleerd om de hogere gevoelens uit te drukken, heeft de demente niet meer tot zijn beschikking.

De laatste verklaring voor agressie is de volgende. Dementie heeft niet alleen tot gevolg dat je vergeet wat je ooit leerde, maar ook dat het verstand of het intellect aftakelt. (Geheugen en intellect hebben elkaar nodig als Gert en Hermien of de aarde en de ozonlaag). Een dement persoon kan daardoor situaties minder goed beoordelen dan voorheen. Hij mist het vroegere intellectuele vermogen om de bedoelingen van anderen te begrijpen. Als iemand een hand naar hem uitstrekt om hem te begroeten, dan kan de demente dit bijvoorbeeld mogelijk interpreteren als een poging om te slaan. Om zichzelf te verdedigen kan hij dan gaan slaan. Angst kan iemand verbazend veel kracht geven.

Voorkomen is beter dan genezen!

Hoe om te gaan met agressieve demente mensen? Alvorens hierop in te gaan eerst één ding wat je niet moet doen als iemand agressief is: namelijk met de demente persoon in discussie gaan of hem een standje geven. Dit werkt bijna altijd averechts.

Voorkomen van agressieve uitbarstingen is natuurlijk het beste. Om dit te realiseren is het zaak de ander goed te leren kennen. De familie kan hier vaak goed bij helpen. Deze weet als geen ander waar iemands gevoeligheden en irritatieplekken liggen. De familie zal het altijd erg op prijs stellen als je via haar de persoon die je verzorgt beter wilt leren kennen.

In de tweede plaats kun je de bronnen van agressie ontdekken door heel goed te observeren en te registreren.

Wil je de oorzaak op het spoor komen, dan dient het registreren methodisch te gebeuren. Een eenvoudig en tevens noodzakelijk hulpmiddel hierbij is een schrift of blocnote, waarin je vijf kolommen aanbrengt.

De eerste kolom ‘tijdstip’, gebruik je om het tijdstip te noteren waarop het probleemgedrag zich heeft voorgedaan. Je vult bijvoorbeeld in ‘07.30 uur’. In de tweede kolom noteer je in welke omgeving of situatie de agressie zich voordeed; beter nog, je noteert wat de omstandigheden waren onmiddellijk vóór het incident. Je schrijft bijvoorbeeld op ‘in de slaapkamer’ of ‘in bed’. ‘Ik vertel haar wakker te worden om zich aan te kleden. Ik pak haar dan bij de arm om haar overeind te helpen.’

De derde kolom is bedoeld om in te noteren om welk probleem het gaat. Hier schrijf je ‘agressie’. (De registratie middels vijf kolommen kan ook voor heel veel andere probleemgedragingen, zoals depressiviteit of achterdocht gebruikt worden.)

In de vierde kolom schrijf je op wat je eigen reactie was op de agressie van de patiënt. Je noteert bijvoorbeeld ‘de patiënt met argumenten proberen over te halen op te staan en zich aan te kleden’ of ‘geïrriteerd reageren en hem hardhandig overeind trekken’.

In de vijfde en laatste kolom komt te staan wat het resultaat is van je reactie, bijvoorbeeld ‘de dekens over zich heen trekken’ of ‘scheldpartij’.

Wanneer je één of twee weken het schrift op deze manier invult, ontdek je vaak een patroon. Het agressieve gedrag doet zich voor op dezelfde tijden in dezelfde situaties. Vlak vóór het
optreedt gebeurt er steeds iets identieks, of je reageert telkens op dezelfde manier. Als de demente persoon steeds op hetzelfde tijdstip agressief wordt, kun je op dat punt wat gaan experimenteren. In het voorbeeld van zojuist kun je het tijdstip van wekken bijvoorbeeld een half uur naar achteren verleggen. Misschien was je cliënt nog niet uitgeslapen. Een andere mogelijkheid is het tijdstip te vervroegen. Uit recent onderzoek blijkt dat de biologische klok van hoogbejaarden afwijkt van die van jongere mensen. Om zes uur opstaan
en overdag tussen twee en zes uur rusten sluit beter aan bij hun bioritme.

Een tweede mogelijkheid is de situatie wat te veranderen of naar je hand te zetten.
Alvorens de oudere te wekken zou je de gordijnen open kunnen maken en de radio zacht aan kunnen zetten. Het wekken doe je dan een kwartier of half uur later pas. Veel mensen vinden het moeilijk om abrupt uit de slaap gewekt te worden. Ze hebben wat tijd nodig voor de overgang van nacht naar dag.

Een derde mogelijkheid is anders te reageren op het probleem. In plaats van in discussie te gaan of de patiënt proberen te overtuigen met argumenten, probeer je een onderwerp aan te snijden waarvan je weet dat het hem zo interesseert dat hij er klaar wakker van wordt.

EIGEN OPSTELLING

Het is niet overdreven te zeggen dat de meeste agressie van de demente patiënt het gevolg is van het gedrag van degene die de demente het meest nabij is. Zoals door het doen en laten of de opstelling van de moeder een baby op drift kan raken, zo kan ook de reactie van een verzorgster bestaande woede verergeren. Daarom is het raadzaam heel goed in de gaten te houden
hoe je je opstelt jegens de demente patiënt. Een te hard uitgesproken woord, een geïrriteerde toon, een autoritaire of neerbuigende manier van praten, een iets te afstandelijke houding, een zinnetje waarin een verwijt doorklinkt, dat alles kan bij de gevoelige zendertjes van de demente patiënt de vlam in de pan doen slaan. Sommige professionals zouden zich op de video moeten zien om te ontdekken welke details van hun benadering bij de oudere de haren overeind
doen zetten. Uit wetenschappelijke analyses van de communicatie tussen verplegend personeel en demente patiënten blijkt dat het merendeel van hetgeen verpleegkundigen en verzorgenden communiceren neerkomt op verzoeken en opdrachten. Deze vorm van communicatie is nu niet bepaald
de beste manier om een faalangstig persoon op zijn gemak te stellen. Een praatje waarmee je verzoek wordt ingekleed kon ertoe bijdragen dat je niet meteen tegen een muur van verzet aanloopt.

Eén van de beste manieren om iemand die kwaad is te kalmeren, bestaat eruit andermans boosheid serieus te nemen. Dit kan men doen door het gevoel van de ander te benoemen. ‘U bent kwaad (op mij)?’ Gevoelens willen vooral eerst erkend worden. Zodra dit is gebeurd, doven ze vaak uit.

Een andere mogelijkheid is dat men de patiënt op emstige en kalme wijze probeert weg te halen van de bron van zijn stress. Sommige patiënten komen tot bedaren als men hen aan raakt, bij de hand neemt of omarmt; bij anderen moet men juist erg voorzichtig zijn met lichamelijk contact. Zij kunnen dit opvatten als een bedreiging. In dat geval zal de kwaadheid nog verergeren. Afstand houden en zacht praten is dan effectiever. Ook langzamer praten helpt.
Alles wat de vaart uit het gesprek haalt, werkt als een kalmerend middel. ‘Een ogenblik. Ik begrijp u niet. Wat is er aan de hand.’ Een variant hierop is dat men de demente weer alleen laat en een kwartier later terugkomt om te kijken of het humeur van de patiënt is veranderd.

Welke tactiek je ook kiest, één ding is essentieel: je moet zelf kalm blijven. Dat is niet zo gemakkelijk als je jezelf ‘onheus’ bejegend voelt. Als je merkt dat je zelf kwaad bent, kun je beter een collega vragen de cliënt van je over te nemen.

Kwaadheid wordt nooit veroorzaakt door een gebeurtenis of door wat een ander doet, maar door je eigen gedachten die je bij een gebeurtenis hebt. Als je denkt: ‘Hij doet het expres’, moet je wel kwaad worden. Als je daarentegen denkt: ‘Hij kan het niet helpen, het is de schuld van zijn ziekte’ zul je waarschijnlijk geen boosheid voelen. Langzaam ademhalen en tot tien tellen doen de rest.

Als niets helpt, kunnen kalmerende medicijnen uitkomst bieden. Zij zijn echter een laatste strohalm. Helaas wordt in veel instellingen vaak te snel voor deze oplossing gekozen. Soms is medicatie zelfs de eerste keus. Het grijpen naar medicijnen is in wezen een concreet bewijs van het onvermogen van medisch en verpleegkundig personeel. Hoe beter de kwaliteit van het personeel, des te minder het zijn toevlucht hoeft te nemen tot medicijnen.

LEVENSWIL

Over agressie bij demente mensen wordt vaak louter negatief gedacht. Hoe begrijpelijk ook, helemaal terecht is dit niet. Agressie heeft ook iets positiefs. Agressie is een duidelijk teken dat de demente patiënt niet wil capituleren voor zijn ziekte. Het duidt erop dat hij geen vrede heeft met de fouten die hij maakt. Hij protesteert zo tegen zijn lot. Een ieder die nog beschikt over een laatste restje levenswil en een laatste restant eigenwaarde moet zich wel verzetten tegen de ervaring van de eigen geestelijke aftakeling. Is het daarom dus
niet eerder normaal dan afwijkend dat iemand die dementeert alle krachten die hij in zich voelt mobiliseert om tegen dit lot in opstand te komen en dat hij soms als een bezetene tegen alles en iedereen tekeergaat. De eigen ziekte is ongrijpbaar; wat rest is dat men zich, alsof zijn leven ervan afhangt, op de omgeving afreageert. ‘Alsof’ is eigenlijk het verkeerde woord: men voelt letterlijk de bodem onder zich wegglijden, men zinkt weg en knokt. Wie is in staat
zijn lot lijdzaam te ondergaan als hij in een moeras terecht komt en langzaam naar de diepte gezogen wordt?

uit: Tijdschrift voor verzorgenden nummer 9, 1993
 

Links:
http://home.planet.nl/~otten407/

http://www.ziekenhuis.nl/ziektebeelden/177.html

terug naar de beginbladzijde

Omgangsvormen.nl 

©

Uw bijdrage  aan het vervolmaken van deze site door uw vragen/suggesties/opmerkingen via e-mail