|
omgangsvormen .................:
demente mensen!
Wat is dementie
*
Omgaan met dementerende mensen, enkele tips
* U bent er zelf
ook nog! *
Verpleeghuis *
Omgaan met
agressieve dementerenden *
Adviezen en tips
* Inleven in de
ander *
Moeilijke gevoelens *
Voorkomen is beter dan genezen! *
Links:
Onderstaand een gedeeltelijke weergave van
de folder 'Omgaan met Dementerende Mensen'; een uitgave van de Riagg Drenthe.
Wat is dementie?
Dementeren is een proces, dat meestal heel geleidelijk verloopt, maar soms ook
heel snel. Wat bij dementerende mensen meestal direct opvalt, is de
desoriëntatie. Ze weten niet waar ze zijn, ze herkennen allerlei mensen niet
meer, ze kennen de tijd van de dag niet meer. Ook het geheugen en de herinnering
falen meer of minder. De verhalen uit het verleden kloppen niet meer helemaal.
Er zijn stukken weg. Soms vullen ze, zonder dat zelf te beseffen, dat vergeten
stuk op en maken er weer een compleet verhaal van (confabuleren). Het geheugen
en de herinnering falen ook omdat dementerende mensen minder betrokken zijn bij
de wereld om hen heen. Opvallend is ook de wisseling in stemmingen. Het ene
moment lopen de tranen over de wangen en even later wordt er weer volop gelachen.
Onverwacht en zonder duidelijke aanleiding kunnen ze boos en agressief zijn.
Soms ook klopt de gevoelsuiting niet met wat er gebeurt. Op het bericht van het
overlijden van een broer kan de dementerende reageren met een blije lach.
Ook het doen van de gewone dagelijkse dingen kan op den duur in mindere of
meerdere mate gestoord raken. Vooral handelingen die wat gecompliceerd zijn,
waarbij je de dingen in een bepaalde volgorde moet doen. Zoals bijvoorbeeld
aankleden en koffie zetten. Je merkt dat ook de aanpassing aan nieuwe situaties
steeds moeilijker wordt. Bijvoorbeeld een andere woning, een nieuwe buurt, een
nieuw scheerapparaat. Dat kan dementerende mensen in verwarring brengen. Ook het
besef van wat hoort en wat niet hoort gaat langzaam verloren. Opeens staat vader
op een receptie heel rustig een plasje te doen in een stil hoekje van de zaal.
Als je dat allemaal samenvat, kun je zeggen dat dementeren een proces van
vervreemding is waarbij de persoonlijkheid geleidelijk meer in verval komt. De
gewone volwassen mens beleeft een samenhang tussen zijn ik - zijn lichaam - zijn
geschiedenis - zijn omgeving. Die samenhang, die persoonlijke verhouding gaat
verloren. Dit proces van verval van de persoonlijkheid hangt samen met een
afwijkend functioneren van de hersenen. Meestal is het een proces waarbij de
hersencellen worden afgebroken en afsterven. Soms kunnen gedeelten van de
hersenen onvoldoende functioneren ten gevolge van kleine bloedingen in de
hersenen of verstoppingen van bloedvaten. Vaak is er ook een combinatie van
beide aan de hand. Het is lang niet altijd gemakkelijk het gedrag van
dementerende mensen te begrijpen, laat staan er goed mee om te gaan. In dit
hoofdstuk willen we proberen dat gedrag een beetje meer te begrijpen.
We hebben gezien dat in het proces van dementeren langzaamaan de samenhang
verloren gaat tussen: ik - mijn lichaam - mijn geschiedenis - mijn omgeving. Er
ontstaan breuken. Hier en daar valt een stuk uit. In het begin van het
dementeringsproces kan iemand dat bij zichzelf merken. Soms probeert hij dat
heel slim te verbergen. Iemand vraagt bijvoorbeeld aan een vrouw hoeveel
kinderen de oudste zoon heeft. Ze realiseert zich dat ze het niet weet. Snel
kijkt ze haar man aan en zegt: "Nou Jan, geef jij nu eens antwoord, jij zegt
nooit wat." Een enkele keer kan dat zich bewust worden van "er is iets vreemds
met mij aan de hand" ook heel angstig maken. Begrijpelijk. De wereld vergaat een
beetje. Zoals ieder ander mens die het meemaakt dat er iets verloren gaat, wil
ook de dementerende mens dat verlies herstellen. Hij wil het weer heel-maken.
Dat doet bijvoorbeeld een weduwe soms ook in de eerste tijd nadat haar man
overleden is. Je hoort haar dan zeggen: "Soms is het alsof ik mijn man de trap
af zie komen ." Ze wil dat het weer is zoals het was. Heel-maken wat verloren is
gegaan. Dat doet de dementerende mens ook. Hij zal proberen een geschiedenis uit
het verleden, die niet meer compleet is, waar stukken uit zijn weggevallen, weer
aan te vullen tot één geheel. Hij fantaseert het rond. Meestal niet bewust maar
vanuit de behoefte dat alles compleet hoort te zijn. Soms zie je hem op allerlei
manieren proberen om weer een eigen wereld op te bouwen. Hij koopt bijvoorbeeld
iedere dag gebak voor het bezoek dat niet komt.
Het zijn allemaal pogingen om staande te blijven in een wereld waarmee het
contact langzaam verbroken wordt. Naarmate die wereld verder van je af komt te
staan worden mensen en situaties ook onduidelijker en mistiger. Je kunt het niet
meer zo precies onderscheiden. Vrouw, moeder, dochter, zus, buurvrouw, tante.
Dat wordt voor de dementerende mens wat moeilijk, en omdat hij zich goed
verzorgd en op zijn gemak voelt in zijn wereldje, geeft hij ze op een gegeven
moment bijvoorbeeld allemaal de titel "Mam". Dat maakt het wat overzichtelijker,
vindt hij. Als de dementerende mens het gevoel heeft dat hij losraakt van de
wereld om hem heen, dan is het eigenlijk niet zo vreemd dat hij onbewust te werk
gaat volgens het motto: redden wat er te redden valt.
Van vroeger is hem nog bijgebleven dat sleutels en geld belangrijk zijn. Met
zijn voortdurend verstoppen van allerlei zaken, zoals geld en sleutels, voert
hij de huisgenoten af en toe misschien een beetje tot wanhoop. Vooral omdat hij
meestal zelf vergeet, dat hij het heeft weggestopt en ook de plaats waar hij dit
deed. Maar een beetje gelijk heeft hij wel, vindt u niet? Wie omgaat met iemand
die dementerend is, komt ongetwijfeld ook de situatie tegen, dat deze glashard
en boos ontkent, iets gedaan te hebben, terwijl uzelf het hem vijf minuten
geleden hebt zien doen. Staat hij nu te liegen? Een enkele keer wel. Meestal
niet, omdat hij het gewoon vergeten is. Het is er niet meer. Als we ons proberen
in te leven in datgene wat er in de dementerende mens gebeurt, dan kunnen we
veel begrijpen. Dat begrip kan hem en onszelf een beetje helpen.
Omgaan met dementerende
mensen, enkele tips
Wat we hier verder doen, is u op een paar
punten attent maken, waarvan wij denken, dat ze belangrijk zijn, in het omgaan
met dementerende mensen. (voor de leesbaarheid gebruiken we in het vervolg
alleen de mannelijke vormen 'hem/hij').
1 De dementerende mens is een volwassen mens die, helaas in toenemende mate,
onze aanvullende hulp nodig heeft. Benader hem met respect. Wanneer we hem als
een kind benaderen lokt dat terecht al gauw boosheid uit.
2 Het is goed dat hij actief en bezig blijft. Neem hem niet uit handen wat hij
zelf nog kan. Doe ook activiteiten samen (boodschappen, afwassen).
3 Overvraag hem niet:
- Blijf niet doorvragen als hij het niet meer weet.
- Blijf niet stimuleren wat hij niet meer kan.
- Stel niet meer dan één vraag tegelijk. Twee vragen onthouden lukt niet meer.
- Geef niet meer dan één advies of taak tegelijk. Bijvoorbeeld: ik vind het fijn
als u me even helpt met afwassen. Voeg dan de daad bij het woord. Als er tijd
zit tussen woord en daad is hij het weer vergeten.
4 De dementerende mens is sneller vermoeid en sneller overbelast. Het is
allemaal sneller teveel. Vermijd daarom teveel drukte in huis (weekend!), teveel
vreemde gezichten, teveel TV.
5 Vaste structuren zijn belangrijk. Het helpt zijn oriëntatie als zijn
dagelijkse leefwereld zoveel mogelijk onveranderd blijft. Houd alles op zijn
vaste plaats (meubels) en herkenbaar (kleuren, behang).
- Hanteer zoveel mogelijk een vaste dagindeling. Doe de dingen in dezelfde
volgorde.
- Breng hem niet te vaak in nieuwe, andere situaties. Om de beurt een weekend
bij één van de acht kinderen is een te grote opgave.
- Wissel niet onnodig veel met helpsters in huis.
6 Help de dementerende met tijdsoriëntatientatie door regelmatig op te merken:
- "Het is nu half elf, koffietijd"
- "Het is vandaag woensdag. Mevrouw Janssen komt u helpen."
7 Vermijd test-situaties. We maken de dementerende nog onzekerder als we hem
telkens vragen stellen als:
- hoe oud bent u?
- hoeveel kinderen heeft u?
- weet u nog hoe ik heet?
8 Ga met de dementerende niet in een wel waar/niet waar-discussie. Het leidt
meestal alleen tot spanningen, onrust en irritatie.
9 Een dementerende kan soms heel eenzaam zijn. Soms is hij eindeloos met iets
bezig, dat hij niet los kan laten. Probeer hem dan te helpen, door hem af te
leiden naar iets anders.
10 Voorkom dat hij in een isolement komt. Soms heeft hijzelf de neiging zich
terug te trekken, omdat hij zich onzeker voelt. Soms dreigen wij hem te isoleren,
omdat we ons schamen voor bijvoorbeeld de buren, of omdat we risico's zoveel
mogelijk willen voorkomen, zoals weglopen.
11 Neem de gevoelens van de dementerende mens serieus. Als hij verdrietig is
over zijn (overleden) moeder, die almaar niet thuiskomt, is hij echt verdrietig.
Poets dat verdriet niet weg. Ga erop in. Probeer er samen achter te komen, dat
moeder overleden is (fotoboek). Of leid na enige tijd de aandacht naar iets
anders.
12 Wanneer het besef van wat hoort en wat niet hoort, van wat netjes en niet
netjes is, een beetje verloren gaat, bereikt u meer met de dementerende en met
uzelf, door maar een oogje dicht te knijpen, of een onopgemerkte helpende hand
te bieden, dan door de dementerende mens een standje te geven.
13 Het zijn vaak onze eigen gevoelens van schaamte, schuld, angst, of het niet
kunnen accepteren, die ons gedrag ten opzichte van de dementerende mens bepalen.
Het zijn heel begrijpelijke en menselijke gevoelens. En tegelijk ook gevaarlijke
raadgevers. Ze dreigen de wereld van de dementerende mens nog eens extra te
verkleinen.
14 Ook wanneer de dementerende ons niet meer herkent en onze spreektaal niet
meer verstaat, blijft het mogelijk en belangrijk contact met hem te onderhouden.
De taal van het lichaam - een hand, een zoen, een arm om de schouder - zal hij
nog lang verstaan.
15 Het is nodig ook de lichamelijke gezondheid goed in de gaten te houden.
Onnodige problemen kunnen erdoor voorkomen worden. Bijvoorbeeld: u valt ineens
een bijzondere verwardheid op. Je zou kunnen denken: Nou ja, dat zal er wel
bijhoren , terwijl het een gevolg is van een medisch, misschien eenvoudig te
verhelpen kwaaltje. Een jaarlijkse controle via de huisarts van bloeddruk, hart,
suiker, luchtwegen, zintuigen, urinewegen lijkt ons een minimum. Bij die
aandacht voor de lichamelijke gezondheid hoort ook een gezonde voeding. Op
meerdere plaatsen (onder andere bij de Kruisvereniging) zijn daarover goede
voorlichtingsboekjes te krijgen.
U bent er zelf ook nog!
Het dementeren van uw partner, uw vader of moeder, broer of zus is een gebeuren,
dat ook diep ingrijpt in uw eigen leven. Als man of vrouw neemt u van uw partner
taken over, die u tot dan toe wellicht nooit vervuld heeft (bijvoorbeeld koken,
tuinieren, geldbeheer). Als zoon of dochter neemt u ouderlijke
verantwoordelijkheden op u ten opzichte van uw eigen vader of moeder. Vooral als
vader of moeder de noodzaak daarvan niet meer begrijpt, kan dat tot spanningen
leiden. Vaak zie je ook dat de contacten met vrienden en kennissen snel minder
worden. De zorg die u op u genomen hebt, is ook emotioneel aangrijpend. U zult
momenten kennen waarop u zich verdrietig, machteloos en eenzaam voelt. En
ondanks al uw zorg soms toch ook nog schuldig en tekortschietend.
Het is daarom noodzakelijk, dat u ook aan uzelf denkt. De zorg voor een
dementerende kan (bijna?) niemand voor langere tijd alléén op zich nemen. Die
zorg zou u kunnen proberen te delen met andere familieleden, buren en vrienden.
Het is ook niet in het belang van de dementerende zelf, dat hij totaal van één
persoon afhankelijk is. Als die uitvalt blijft hij nergens. Neem daarom tijd/vrije
tijd voor uzelf. Geef niet alle contacten en hobby's op. Ook om straks niet met
lege handen te staan.
Verpleeghuis
En toch kan er een dag komen, waarop uzelf of anderen zeggen: "Eigenlijk kan het
zo niet langer thuis!" Misschien hebt u als helpende partner inmiddels zelf ook
hulp nodig. Of uw gezin, met misschien nog opgroeiende kinderen, kan het niet
meer aan. Of uzelf bent gewoon op. Dan komt het verpleeghuis voor dementerende
mensen in zicht. Dementerende mensen kunnen daar, afhankelijk van hun situatie,
voor enkele uren per dag, voor enkele weken of voor altijd verblijven.
U houdt de gedachte aan een opname in een verpleeghuis wellicht ver weg.
Misschien omdat u zichzelf een taak hebt opgelegd of anderen een belofte hebt
gedaan. Maar er zijn nu eenmaal grenzen.
Het is verstandig, in uw afspraken met uzelf en anderen niet verder te gaan dan:
"Zolang het nog kan... .". Daar bent uzelf en degene waarvoor u de zorg hebt het
meeste mee gediend. En dan komt misschien dat moeilijke moment, dat u de zorg
voor uw partner, uw vader of moeder moet overgeven aan anderen. Op dat moment en
de eerste tijd daarna hebben veel mensen nog heel wat te verwerken. Gevoelens
van onzekerheid over uw besluit; gevoelens van schuld en gefaald hebben, van
verdriet over het verlies; gevoelens van eenzaamheid na vaak zo'n lange tijd van
intensieve zorg; gevoelens van teleurstelling, van boosheid soms naar het
personeel van het verpleeghuis, dat het misschien allemaal zo anders doet dan u.
Het is soms niet gemakkelijk vrede te vinden en de draad van het gewone leven
weer op te pakken....
Omgaan
met agressieve dementerenden
Oogcontact: door oogcontact en iemand bij de
naam aan te spreken concentreert deze zich op jou. Er is een grotere kans
op begrip voor wat je zegt.
Praten: Mensen die dementeren zijn vaak traag
van begrip. Snel praten is voor hen niet bij te houden. Pas uw tempo - zonder te
overdrijven - aan en spreek duidelijke taal.
Korte zinnen: Lange zinnen (meer dan vijf
woorden) hebben vaak geen zin. Maak een zin zo kort mogelijk.
Alternatieven: Soms wordt iets (een woord)
niet begrepen. Probeer bv. i.p.v. "Wilt U koffie?" "Wilt U drinken?"
Gebarentaal: Wanneer u iets gaat doen met een
dementerende dan kunt u - naar iemand toegebogen - uw hand uitsteken om iemand
op te laten staan en tegelijkertijd te vragen: "Gaat U mee? Gebaren mogen best
iets worden overdreven om iets 'duidelijk' te maken.
Toon: De 'toon' waarop je iets zegt is voor een
gevorderde dementie vaak belangrijker dan de inhoud. Wanneer een dementerende
zich b.v. druk maakt om iets wat zij nog moet doen, dan heeft het antwoord
op een geruststellende toon meer kans van slagen dan een opgewekte toon.
Tijd: Een dementerende persoon mag nooit gehaast
worden benaderd. Dat wekt weerstand op. Geef iemand de tijd om zich ergens op in
te stellen dat er iets gaat gebeuren.
Dwang: Dwang kan angst en eventuuel
agressie opwekken. Wil iemand iets niet dan is het beter om het na enige tijd
opnieuw te proberen. Vraag u zelf af of iets nu echt moet gebeuren.
Gevoel: Wanneer een dementerende iets dwars zit
is de reden daarvan soms moeilijk te achterhalen. Het is goed om daar op te
reageren zonder direct de reden te willen achterhalen. De dementerende komt dan
sneller tot rust.
Keuzen vermijden: Om te kiezen moet je
meedere zaken kunnen afwegen om uiteindelijk een (goede) keus over te houden.
Daar is abstract denken voor nodig wat bij dementerenden vaak wegvalt.
Vraag dus dingen een voor een: "Wilt U naar de WC?" en daarna: "Wilt u nu eten?
Begrip: Wanneer iemand naar uw gevoel, onterecht
boos reageert dan mag u die persoon daar rustig op wijzen. Vraag echter
geen begrip. Dementerenden kunnen zich niet meer het standpunt van anderen
inleven. Stel liever vast: "Ik vind dit niet leuk".
Adviezen en tips
Onderstaand een artikel
door: Huub Buijssen (psychogerontoloog)
In dit artikel zal ik trachten enkele adviezen en tips te geven om beter te
kunnen omgaan met een dement iemand die zich agressief gedraagt. Alvorens deze
omgangsregels te formuleren, zal ik eerst stilstaan bij de achtergronden van
agressie bij dementie. Als men de boodschap achter het vervelende gedrag
begrijpt, kan men het vaak ook beter hanteren. Wellicht is de beste manier om
iemand anders te doorgronden (en je milder te stemmen), te proberen je in
hem te verplaatsen.
Inleven in de ander
Stel je voor dat het allemaal heel erg tegen zit. Doorlopend maak je misslagen
en vergissingen. Meerdere keren per dag ben je iets kwijt. Regelmatig wordt er
iets aan je gevraagd waarop je het antwoord schuldig moet blijven. Als je iets
van plan bent te gaan doen, weet je na een paar tellen niet meer wat je
voornemen was. Zelfs een simpele vertrouwde bezigheid als een schoenveter
strikken of een hemd dichtknopen, loopt uit op een fiasco. Zelden of nooit
krijg je nog een complimentje voor wat je gepresteerd hebt. In plaats daarvan
krijg je meerdere keren per dag een standje of verwijt dat je er weer helemaal
naast zat. Het meeste van wat je aangewreven wordt vergeet je (gelukkig) snel.
Wat echter wel blijft hangen is een rottig gevoel. Er hoeft dan weinig meer te
gebeuren of je schiet uit je slof.
Het gedrag van mensen heeft zelden één verklaring. Meestal zijn er meerdere
factoren die iemand een bepaalde richting ‘opsturen’. Gevraagd naar de motieven
van ons handelen, komen we echter vaak niet verder dan één verklaring. Ter
rechtvaardiging zullen we dan meestal iets redelijks noemen (‘Ik had het zo druk,
daarom was ik wat sneller geïrriteerd’); de andere factoren liggen verborgen
onder het deksel van ons onderbewuste. De agressie van dementen komt ook voort
uit meerdere bronnen.
De tweede verklaring van agressie is de volgende: gedurende de eerste vijftien
jaar van het leven kunnen velen van ons soms erg opvliegend zijn. Sommigen
kunnen zich dat nog wel herinneren.
Een verkeerd woord, een kleine teleurstelling, een beetje te weinig aandacht,
dat alles kon ervoor zorgen dat je kwaad wordt. Pas later leer je je anders te
gedragen. Je komt er achter dat je veel meer bereikt als je je, in plaats van
meteen aangebrand te reageren, rustig en weloverwogen opstelt. Je ontdekt dat je
aardiger gevonden wordt en meer bereikt als je op zijn tijd je eigen verlangens
ondergeschikt maakt aan die van een ander. Je ontdekt ook dat je niet het
middelpunt van de wereld bent, maar slechts een individu temidden van miljarden
anderen. Ten slofte leer je ook rekening te houden met anderen,
doordat je hen steeds beter leert kennen. Je leert bijvoorbeeld aan de toon van
wat iemand zegt te herkennen wat het verschil is tussen ernst en een grap.
Deze handige en verstandige manier om opkomende agressie te hanteren wordt je
door dementie ‘afgepakt’. Alles wat je ooit leerde, raak je kwijt. Dus ook hoe
je emoties in goede banen moet leiden. Als men aan een dement iemand vraagt zich
te beheersen bij tegenslag of als hij zich gefrustreerd voelt, vraagt men te
veel van hem. De hersenschors, de zetel van het verstand, en in mindere mate ook
het lymbisch systeem (dat zich net daaronder bevindt), waar de emoties
zitten, vertonen emstige mankementen. Daardoor is de balans tussen gevoel en
verstand verloren.
Bij sommige demente mensen was die balans al lang daarvoor verstoord. Beter
gezegd het evenwichtwas nooit aanwezig. ze waren hun leven lang al opvliegend en
snel aangebrand. Dit bleef voor de buitenwacht vaak verborgen. Alleen de
partner, kinderen en enkele intimi waren hiervan op de hoogte. De agressie bij
deze demente mensen vormt geen breuk met het verleden, maar presenteert
hiervan nu slechts een enigszins verhevigde vorm. We zijn er echter nog niet; er
zijn nog twee andere verklaringen voor agressie bij dementie.
Moeilijke gevoelens
Schaamte, verdriet en jaloezie zijn vrij moeilijke (of ‘hogere’) gevoelens. Het
vereist nogal wat van de menselijke geest om deze te uiten. Ook niet-demente
mensen gaat het vaak niet gemakkelijk af deze emoties te ventileren. Velen van
hen worden kwaad als hen iets dwars zit.
Net als kinderen tonen ze kwaadheid in plaats van verdriet, jaloezie of schaamte.
Van de toverbal van hun gevoelens kunnen ze alleen maar de bovenste laag proeven,
die van kwaadheid. Ook demente mensen zitten vaak zo in elkaar. Ze kunnen niet
anders meer. De sociaal geaccepteerde manieren die je in je jeugd of
adolescentie hebt geleerd om de hogere gevoelens uit te drukken, heeft de
demente niet meer tot zijn beschikking.
De laatste verklaring voor agressie is de volgende. Dementie heeft niet alleen
tot gevolg dat je vergeet wat je ooit leerde, maar ook dat het verstand of het
intellect aftakelt. (Geheugen en intellect hebben elkaar nodig als Gert en
Hermien of de aarde en de ozonlaag). Een dement persoon kan daardoor situaties
minder goed beoordelen dan voorheen. Hij mist het vroegere intellectuele
vermogen om de bedoelingen van anderen te begrijpen. Als iemand een hand naar
hem uitstrekt om hem te begroeten, dan kan de demente dit bijvoorbeeld mogelijk
interpreteren als een poging om te slaan. Om zichzelf te verdedigen kan hij dan
gaan slaan. Angst kan iemand verbazend veel kracht geven.
Voorkomen is beter dan genezen!
Hoe om te gaan met agressieve demente mensen? Alvorens hierop in te gaan eerst
één ding wat je niet moet doen als iemand agressief is: namelijk met de demente
persoon in discussie gaan of hem een standje geven. Dit werkt bijna altijd
averechts.
Voorkomen van agressieve uitbarstingen is natuurlijk het beste. Om dit te
realiseren is het zaak de ander goed te leren kennen. De familie kan hier vaak
goed bij helpen. Deze weet als geen ander waar iemands gevoeligheden en
irritatieplekken liggen. De familie zal het altijd erg op prijs stellen als je
via haar de persoon die je verzorgt beter wilt leren kennen.
In de tweede plaats kun je de bronnen van agressie ontdekken door heel goed te
observeren en te registreren.
Wil je de oorzaak op het spoor komen, dan dient het registreren methodisch te
gebeuren.
Een eenvoudig en tevens noodzakelijk hulpmiddel hierbij is een schrift of
blocnote, waarin je vijf kolommen aanbrengt.
De eerste kolom ‘tijdstip’, gebruik je om het tijdstip te noteren waarop het
probleemgedrag zich heeft voorgedaan. Je vult bijvoorbeeld in ‘07.30 uur’. In de
tweede kolom noteer je in welke omgeving of situatie de agressie zich voordeed;
beter nog, je noteert wat de omstandigheden waren onmiddellijk vóór het
incident. Je schrijft bijvoorbeeld op ‘in de slaapkamer’ of ‘in bed’. ‘Ik vertel
haar wakker te worden om zich aan te kleden. Ik pak haar dan bij de arm om haar
overeind te helpen.’
De derde kolom is bedoeld om in te noteren om welk probleem het gaat. Hier
schrijf je
‘agressie’. (De registratie middels vijf kolommen kan ook voor heel veel andere
probleemgedragingen, zoals depressiviteit of achterdocht gebruikt worden.)
In de vierde kolom schrijf je op wat je eigen reactie was op de agressie van de
patiënt.
Je noteert bijvoorbeeld ‘de patiënt met argumenten proberen over te halen op te
staan en
zich aan te kleden’ of ‘geïrriteerd reageren en hem hardhandig overeind trekken’.
In de vijfde en laatste kolom komt te staan wat het resultaat is van je reactie,
bijvoorbeeld ‘de dekens over zich heen trekken’ of ‘scheldpartij’.
Wanneer je één of twee weken het schrift op deze manier invult, ontdek je vaak
een patroon.
Het agressieve gedrag doet zich voor op dezelfde tijden in dezelfde situaties.
Vlak vóór het
optreedt gebeurt er steeds iets identieks, of je reageert telkens op dezelfde
manier. Als de demente persoon steeds op hetzelfde tijdstip agressief wordt, kun
je op dat punt wat gaan experimenteren. In het voorbeeld van zojuist kun je het
tijdstip van wekken bijvoorbeeld een half uur naar achteren verleggen. Misschien
was je cliënt nog niet uitgeslapen. Een andere mogelijkheid is het tijdstip te
vervroegen. Uit recent onderzoek blijkt dat de biologische klok van
hoogbejaarden afwijkt van die van jongere mensen. Om zes uur opstaan
en overdag tussen twee en zes uur rusten sluit beter aan bij hun bioritme.
Een tweede mogelijkheid is de situatie wat te veranderen of naar je hand te
zetten.
Alvorens de oudere te wekken zou je de gordijnen open kunnen maken en de radio
zacht aan kunnen zetten. Het wekken doe je dan een kwartier of half uur later
pas. Veel mensen vinden het moeilijk om abrupt uit de slaap gewekt te worden. Ze
hebben wat tijd nodig voor de overgang van nacht naar dag.
Een derde mogelijkheid is anders te reageren op het probleem. In plaats van in
discussie te gaan of de patiënt proberen te overtuigen met argumenten, probeer
je een onderwerp aan te snijden waarvan je weet dat het hem zo interesseert dat
hij er klaar wakker van wordt.
EIGEN OPSTELLING
Het is niet overdreven te zeggen dat de meeste agressie van de demente patiënt
het gevolg is van het gedrag van degene die de demente het meest nabij is. Zoals
door het doen en laten of de opstelling van de moeder een baby op drift kan
raken, zo kan ook de reactie van een verzorgster bestaande woede verergeren.
Daarom is het raadzaam heel goed in de gaten te houden
hoe je je opstelt jegens de demente patiënt. Een te hard uitgesproken woord, een
geïrriteerde toon, een autoritaire of neerbuigende manier van praten, een iets
te afstandelijke houding, een zinnetje waarin een verwijt doorklinkt, dat alles
kan bij de gevoelige zendertjes van de demente patiënt de vlam in de pan doen
slaan. Sommige professionals zouden zich op de video moeten zien om te ontdekken
welke details van hun benadering bij de oudere de haren overeind
doen zetten. Uit wetenschappelijke analyses van de communicatie tussen
verplegend personeel en demente patiënten blijkt dat het merendeel van hetgeen
verpleegkundigen en verzorgenden communiceren neerkomt op verzoeken en
opdrachten. Deze vorm van communicatie is nu niet bepaald
de beste manier om een faalangstig persoon op zijn gemak te stellen. Een praatje
waarmee je verzoek wordt ingekleed kon ertoe bijdragen dat je niet meteen tegen
een muur van verzet aanloopt.
Eén van de beste manieren om iemand die kwaad is te kalmeren, bestaat eruit
andermans boosheid serieus te nemen. Dit kan men doen door het gevoel van de
ander te benoemen. ‘U bent kwaad (op mij)?’ Gevoelens willen vooral eerst erkend
worden. Zodra dit is gebeurd, doven ze vaak uit.
Een andere mogelijkheid is dat men de patiënt op emstige en kalme wijze probeert
weg te halen van de bron van zijn stress. Sommige patiënten komen tot bedaren
als men hen aan raakt, bij de hand neemt of omarmt; bij anderen moet men juist
erg voorzichtig zijn met lichamelijk contact. Zij kunnen dit opvatten als een
bedreiging. In dat geval zal de kwaadheid nog verergeren. Afstand houden en
zacht praten is dan effectiever. Ook langzamer praten helpt.
Alles wat de vaart uit het gesprek haalt, werkt als een kalmerend middel. ‘Een
ogenblik.
Ik begrijp u niet. Wat is er aan de hand.’ Een variant hierop is dat men de
demente weer alleen laat en een kwartier later terugkomt om te kijken of het
humeur van de patiënt is veranderd.
Welke tactiek je ook kiest, één ding is essentieel: je moet zelf kalm blijven.
Dat is niet zo gemakkelijk als je jezelf ‘onheus’ bejegend voelt. Als je merkt
dat je zelf kwaad bent, kun je beter een collega vragen de cliënt van je over te
nemen.
Kwaadheid wordt nooit veroorzaakt door een gebeurtenis of door wat een ander
doet, maar door je eigen gedachten die je bij een gebeurtenis hebt. Als je denkt:
‘Hij doet het expres’, moet je wel kwaad worden. Als je daarentegen denkt: ‘Hij
kan het niet helpen, het is de schuld van zijn ziekte’ zul je waarschijnlijk
geen boosheid voelen. Langzaam ademhalen en tot tien tellen doen de rest.
Als niets helpt, kunnen kalmerende medicijnen uitkomst bieden. Zij zijn echter
een laatste strohalm. Helaas wordt in veel instellingen vaak te snel voor deze
oplossing gekozen. Soms is medicatie zelfs de eerste keus. Het grijpen naar
medicijnen is in wezen een concreet bewijs van het onvermogen van medisch en
verpleegkundig personeel. Hoe beter de kwaliteit van het personeel, des te
minder het zijn toevlucht hoeft te nemen tot medicijnen.
LEVENSWIL
Over agressie bij demente mensen wordt vaak louter negatief gedacht. Hoe
begrijpelijk ook, helemaal terecht is dit niet. Agressie heeft ook iets
positiefs. Agressie is een duidelijk teken dat de demente patiënt niet wil
capituleren voor zijn ziekte. Het duidt erop dat hij geen vrede heeft met de
fouten die hij maakt. Hij protesteert zo tegen zijn lot. Een ieder die nog
beschikt over een laatste restje levenswil en een laatste restant eigenwaarde
moet zich wel verzetten tegen de ervaring van de eigen geestelijke aftakeling.
Is het daarom dus
niet eerder normaal dan afwijkend dat iemand die dementeert alle krachten die
hij in zich voelt mobiliseert om tegen dit lot in opstand te komen en dat hij
soms als een bezetene tegen alles en iedereen tekeergaat. De eigen ziekte is
ongrijpbaar; wat rest is dat men zich, alsof zijn leven ervan afhangt, op de
omgeving afreageert. ‘Alsof’ is eigenlijk het verkeerde woord: men voelt
letterlijk de bodem onder zich wegglijden, men zinkt weg en knokt. Wie is in
staat
zijn lot lijdzaam te ondergaan als hij in een moeras terecht komt en langzaam
naar de diepte gezogen wordt?
uit: Tijdschrift voor verzorgenden nummer 9, 1993
Links:
http://home.planet.nl/~otten407/
http://www.ziekenhuis.nl/ziektebeelden/177.html
|