Suggesties/vragen? Schrijf naar: Caroline M. Rozendael           

     Spelletjes-spelregels

De Boze drie

Elf    

Ganzenbord    

Mini Chinese checkers    

Solitaire   

Spin

Tic-tac-toe     

Vos en Ganzen

Vlooienspel

De Boze drie

Voor het begin van het spel noemt een speler een getal, bijvoorbeeld 50. Elke speler gaat op zijn beurt proberen via werpen met de dobbelstenen dit getal zo dicht mogelijk te benaderen en op te schrijven, doch zodra een drie wordt geworpen is alles tevergeefs en men mag niets opschrijven. De volgende speler gaat nu verder. Wie het hoogst is gekomen is winnaar van deze ronde

Elf

aantal spelers: 2 of 3

Elke speler neem 20 tot 30 fiches (pionnen, knopen of munten) en zet er 2 in de pot. Dan werpt elke speler om de beurt met de 2 dobbelstenen. Wie elf gooit mag de hele pot nemen, doch bij 12 moet men de inhoud van de pot verdubbelen. Bij andere worpen moet de speler het verschil met elf in de pot zetten (5 geworpen = zes inzetten)

Ganzenbord

aantal spelers: 2 - 6

Nodig: twee dobbelstenen, pionnen en fiches (knopen of iets dergelijks)

Een ganzenbord heeft 63 met volgnummers gemerkte vakken. Voordat het spel begint, voorziet ieder zich van een pion, waarmee hij op het bord zijn nummer aangeeft. Elke speler zet tevens een gelijk aantal fiches in de pot. Hij die begint, schudt de dobbelstenen in de hand, werpt ze op tafel en zet zijn pion op het vak, dat het door hem geworpen getal vermeld. Zo doet ook iedere volgende speler, en hij die het eerst in vak 63 komt, wint het spel. Maar voor men aankomt, zijn er velerlei moeilijkheden te overwinnen.

Zo vaak men op een gans komt, zo vaak mag men nog zoveel vakken verder als met ogen gegooid heeft. Wie bijvoorbeeld op 15 staat en 3 gooit, komt op 18, maar omdat dit vak een gans heeft, telt men nog 3 vakken verder en komt op 21. Nu zou men denken dat wanneer men bij de eerste worp 9 ogen gooit, men al dadelijk van gans tot gans op 63 komt en zodoende winnaar van de pot wordt. Maar voor dit geval bestaat er een uitzondering en wel als volgt: wie met de eerst e worp 9 gooit, me '5' en '4'm plaatst zijn pion op 53; werpt hij 9 met '6' en '3', dan zet hij deze op 26. Wie op 6 komt, waar een brug is afgebeeld, moet een fiche of speelpenning als tol betalen; wil hij dubbel tolgeld geven, dan mag hij op 12 gaan staan. Wie op 19 komt, waarop een herberg staat afgebeeld, moet opnieuw inzet betalen en zijn beurt eenmaal voorbij laten gaan. Op vak 31 staat een put; wie het ongeluk heeft, daarin te komen, moet ook de inzet opnieuw betalen en er blijven totdat hij verlost wordt; d.i. totdat een andere speler ook opo31 aankomt en dan zijn plaats inneemt, terwijl de verloste speler zijn pion zet op de plaats, waarvan zijn verlosser is uitgegaan. Wie op 42 of in het doolhof belandt, moet ook weer opnieuw de inzet betalen, 3 punten terugtellen en zich op 39 plaatsen. Wie op 52 aankomt, de gevangenis, betaalt een fiche als strafgeld en blijft er totdat joij door een ander wordt verlost. De ongelukkige die op 58 komt, waar de figuur van de Dood staat, moet weer van voren af aan beginnen en opnieuw inzetten Wie in de loop van het spel door een andere wordt ingehaald, moet terug naar de plaats van waar deze laatste is uitgegaan, en al of niet betalen naar gelang van de tevoren gemaakte afspraken. Wie 63 nadert en meer ogen gooit dat nodig is om daar precies te komen, telt zoveel ogen terug als hij teveel heeft. Mocht hij daardoor op een gans komen, dan telt ij nogmaals zoveel ogen terug als hij heeft gegooid. Gooit met bijvoorbeeld op 60 staande, 7 ogen, dan moet men van 63 vier vakken terugtellen, zodat men op 59 komt. Maar omdat hier een gans staat, telt men nog eens terug en komt op 52, of in de gevangenis. Had men 8 ogen gegooid, dan had men tot op 58 moeten terugkeren en was dan dood geweest, d.w.z. terug naar het beginpunt om van voren af aan te beginnen.

Mini Chinese checkers

aantal spelers: 2

Het doel van dit spel is om het tegenoverliggende punt te veroveren. Degene die hier als eerste in slaagt heeft gewonnen. De spelers kiezen een kleur uit en plaatsen ieder 10 pionnen aan een uiteinde. Om beurten plaatsen de spelers een pion in elke gewenste richting, echter wel volgens de lijnen. Men kan de pion in een aangrenzend valk plaatsen of over een pion heen springen nar een leeg valk. Men kan zowel over eigen pionnen als over de pionnen van de tegenstander springen. Per beurt kan er een stap gemaakt worden, tenzij men springt, dan kunnen er meerdere sprongen gemaakt worden, inclusief zigzagsprongen. We worden nooit pionnen van het bord afgehaald tijdens het spel Uiteindelijk moeten alle pionnen verschoven worden. Wanneer een speler zijn  pion in de hoek laat staan om de ander te verhinderen deze plaats in te nemen, verliest  het spel.

Solitaire

aantal spelers: 1

Plaats de 32 pionnen op het speelveld. Het middelste vakje blijft echter vrij. De speler springt met de ene pion over de andere naar een leeg vak. Daarbij mag alleen horizontaal en verticaal gesprongen worden en beslist niet diagonaal. De geslagen pion wordt verwijderd. Het is de uiteindelijke bedoeling dat er één pion in het middelste vakje overblijft.

Men kan dit spel ook met meerdere personen spelen degene die de laagste score behaalt, heeft gewonnen.

Spin

2 of meer spelers

Elke speler schrijft de cijfers 2 t/m 12 op een vel papier. Om de beurt werpt nu ieder met 2 dobbelstenen en streept alle geworpen getallen door. Hij mag zolang doorgaan tot hij een reeds doorgestreept getal werpt (alleen 7 mag vaker doorgestreept worden) en geeft de dobbelstenen aan de volgende speler enz. 

Wie als eerste alle 11 getallen heeft doorgestreept is winnaar. Indien men om een inzet speelt betaalt de winnaar aan elke andere speler een fiche  voor elk niet doorgestreept getal en ontvangt van deze spelers 10 fiches voor elke streep door hun zeven.

tic-tac-toe

aantal spelers: 2

Elke speler ontvangt 5 pionnen en de speler met de rode pionnen begint. Het is de bedoeling om een aaneengesloten rij van drie pionnen van dezelfde kleur te plaatsen en de tegenpartij te verhinderen dit ook te doen. De speler die hierin als eerste slaagt heeft gewonnen. De rij van drie pionnen mat zowel horizontaal, verticaal als diagonaal worden geplaatst.

 

Vos en Ganzen

aantal spelers: 2

De ene speler is de vos, de andere de ganzen. Na elk spel worden de rollen  omgedraaid. Men plaatst de vos (de rode pion) in het midden en de 15 ganzen aan de linkerkant. De spelers hebben verschillende doelen: De ganzen winnen als zij de vos hebben omcirkeld, zodat hij niet meer kan bewegen. De vos is de winnaar als hij de linie van de ganzen doorbreekt of zoveel ganzen uitschakelt dat zijn vrijheid is verzekerd. De vos begint het spel. De vos kan zich verplaatsen in elke richting, zolang hij de lijnen maar volgt. Hij kan ook een gans 'doden' door er overeen te springen naar een vrije plaats. De gans wordt dan van het bord verwijderd. De vos kan 2 of 3 sprongen in een beurt maken en elke gans 'doden' waar hij over heen springt. De vos is verplicht om te springen, indien er geen andere zet mogelijk is, zelfs wanneer hij zichzelf daarmee in een kwetsbare positie brengt. Ganzen kunnen zich bewegen langs de lijnen in elke richting, echter niet achteruit (richting beginpositie). In een beurt kan een gans een stap doen. Ganzen kunnen niet over de vos springen.

De vos wint als:

  • hij zoveel ganzen 'dood' dat er te weinig ganzen overblijven om hem te omsingelen

  • hij er in slaagt om de ganzen te ontkomen en vrij baan heeft om op een van de drie linker plaatsen (beginpositie van de ganzen) te komen

De ganzen winnen als:

  • zij de vos omcirkelen of hem in een hoek drijven op een zodanige manier dat hij niet kan ontsnappen.

 

Vlooienspel

2 tot 3 spelers:

dit spel wordt op de tafel of op de grond gespeeld, waarop een kleed of doek (b.v. handdoek) van ca 60 x 60 cm gelegd wordt opdat de vlooien beter springen. In het midden hiervan wordt het bakje gezet.

Elke speler krijgt vier kleine en 1 grote vlo van dezelfde kleur. De kleine vlooien plaats men aan zijn kant op de rand van b.v. de handdoek. Met de grote vlo probeert men nu om beurten om de kleine vlooien in het bakje te laten springen. De speler die de meeste vlooien in het bakje heeft is winnaar.

terug naar de beginbladzijde

Omgangsvormen.nl 

©

Uw bijdrage  aan het vervolmaken van deze site door uw vragen/suggesties/opmerkingen via e-mail