Netjes” aan tafel zitten
betekent: rechtop zitten, benen onder
de stoel en geen ellebogen op tafel. U hoort tijdens het eten
uw eten naar uw mond te brengen met uw lepel/vork.
Uw servet ligt meestal op of naast
uw bord, u hoort deze op
uw schoot. te leggen. U dept uw mond tijdens de maaltijd
voor u een slok water/wijn neemt.
Wanneer u geen bekendheid heeft met
de heersende gewoonten b.v. hóe en waarmee u iets moet eten, let dan op uw
gastvrouw of gastheer!
Wacht met te gaan eten tot
iedereen zijn bord voor zich heeft en de gastvrouw/heer begint. Zo ook
met de wijn. Wanneer men elkaar heeft toegedronken kan men af en toe een
slok (servet!) nemen.
Eet eerst Uw mond leeg voordat U
drinkt of spreekt en spoel nooit uw eten weg.
Het bestek is om mee te eten. Ermee
‘zwaaien’ om uw woorden kracht bij te zetten getuigt van slechte
manieren.
Wanneer u even pauzeert tijdens het
eten uw bestek kruislings op uw bord leggen! M.a.w.: geen bruggen bouwen.
Voordat u wilt gaan roken eerst aan
uw tafelgenoten vragen
of zij daar geen bezwaar tegen hebben.
Wilt u b.v. zout en u kunt daar
niet bij? Vraag uw buurman/
vrouw deze aan u door te geven.
Heeft u genoeg gegeten dan
legt u uw vork en mes
(met de scherpe kant naar u toe) schuin op uw bord.