Suggesties/vragen? Schrijf naar: Caroline M. Rozendael           

telefoon-tips

j0078706.wmf (2934 bytes)

Uit: van Dale Groot Woordenboek der Nederlandse Taal:  Telefone’ren (<Fr.),

1. (onoverg.) van de telefoon gebruik maken;

2. (overg.) door de telefoon zeggen ”

 

De telefoon of liever gezegd het telefoongebruik is voor veel mensen een bron van ergernis. We kunnen niet meer zonder de telefoon.:

namen

  • Wanneer iemand belt zeg dan duidelijk uw (voor- en achter)naam. Pakt u de telefoon op voor een organisatie, zeg dan eerst de naam van de organisatie en altijd uw eigen naam! (een organisatie kan niet spreken!)

Altijd wat zeggen!

  • Wanneer u verkeerd heeft gedraaid verontschuldig u dan in plaats van zo maar op te hangen.

Visite?

  • Heeft u een afspraak of bezoek wanneer de telefoon gaat? Zet uw voicemail/antwoordapparaat aan! Geef te allen tijde voorrang aan het bij u aanwezige bezoek.

Aan tafel?

  • Probeer bellen onder etenstijden te vermijden en vraag altijd of u stoort.

Tijdstip

  • Telefoneer niet na 22.00 uur. In het weekend niet voor 11.00 uur. En als het even kan liever niet op zondag.

Meeluisteren

  • Zet u de speaker aan of neemt u een gesprek op, dan is het wel zo beleefd dat zeggen tegen degene waarmee u telefoneert.

In gezelschap

  • Zet uw mobiele telefoon uit wanneer u in gezelschap bent. En wilt u wanneer u een belangrijke telefoon verwacht dat vertellen aan uw gezelschap? 

Openbare gelegenheid

  • Bij mobiel bellen in een openbare gelegenheid hoort u zich zoveel en zover mogelijk op gehoorsafstand terug te trekken en zacht te praten.

Voice Mail

  • Beantwoordt uw voice-mail en antwoordapparaat zo snel mogelijk.

Eenzaamheid

  • Probeert u één keer per week iemand te bellen waarvan u bijna zeker weet dat die persoon veel alleen is.

 

terug naar de beginbladzijde

Omgangsvormen.nl 

©

Uw bijdrage  aan het vervolmaken van deze site door uw vragen/suggesties/opmerkingen via e-mail